Agressie en boosheid

'Met een medewerker van de Luisterlijn'. De man aan de andere kant van de lijn steekt meteen van wal. ‘Mijn ex-vrouw is overleden, ik was niet uitgenodigd voor de begrafenis!’ Er klinkt agressie in zijn stem. Dit zeg ik ook. Dat klopt, hij wordt overladen door boosheid, verdriet en teleurstelling tegelijkertijd. Hij ligt er van wakker. Hij maakt zich zorgen om de verwerking bij hun kinderen. Sinds de scheiding voelt hij zich aan de kant gezet. Alsof hij niet bestaat als vader van zijn kinderen. Af en toe loopt het hoog op. Ik vertel hem dat ik mij voor kan stellen dat hij ook verdriet heeft, zelfs zoveel jaren na de scheiding.

Dit gesprek is fictief maar geïnspireerd op de praktijk.

Oorzaken en gevolgen

Agressie en boosheid behoren tot onze basisgevoelens. Agressie hoeft niet altijd negatief te zijn. Dankzij agressie komen mensen voor zichzelf en voor elkaar op, bestrijden we onrecht. In de meeste gevallen komt agressie voort uit frustratie, tegenslag, teleurstelling, vernedering, gebrek aan zorg, angst of onzekerheid. Misschien ben je vooral boos. Je voelt niet de agressie om iets kapot te maken maar er zit je wel veel dwars. Je voelt je onbegrepen, tekort gedaan, teleurgesteld. Misschien zijn er verkeerde woorden gevallen of is iets mislukt waarop je je best hebt gedaan. Dit kan je stemming, je nachtrust en je prestaties behoorlijk beinvloeden. We spreken van negatieve agressie wanneer iemand andermans grenzen overschrijdt, bewust schade berokkent of met woede probeert iets af te dwingen. Dat kan verbaal (bedreiging) en non-verbaal (geweld).

Omgaan met agressieve gevoelens

Veel mensen weten geen uitweg met boosheid en agressieve gevoelens omdat het als ongewenst wordt gezien. Maar agressie opkroppen is geen oplossing, het zoekt een uitweg in depressie of lichamelijke kwalen. Mensen die wel toegeven aan negatieve woede en agressie, hebben vaak het excuus dat ze het niet kunnen helpen: 'Het werd zwart voor mijn ogen'. Het is dan belangrijk om te erkennen dat je een probleem hebt met woede en agressie. Je kunt namelijk leren om goed om te gaan met je gevoelens van agressie. Bijvoorbeeld afleiding zoeken, een confrontatie vermijden, ontladen door te sporten, te schrijven of er met iemand over te praten.

Wanneer agressieve buien vaak voorkomen, probeer er dan achter te komen waarom. Zo nodig met hulp van buitenaf.

Bron: www.leren.nl en Cursus InloopCentra Beraad

Webtips

www.veiligthuis.nl
Eerste stap naar hulp en advies bij huiselijk geweld (24/7 bereikbaar)

www.idee-pmc.nl
Informatie en begeleiding rond boosheid en woede.

www.stophuiselijkgeweld.nu
O.a. hulp aan plegers van huiselijk geweld.

https://www.parnassiagroep.nl/
Een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Zij behandelen en begeleiden mensen met psychische problemen en psychiatrische aandoeningen.

Boekentips

Ik erger me blauw  (Geuk Schuur)

Agressie en geweld, bijna dagelijks krijgen we ermee te maken. Op het werk, thuis, onderweg en via de media. Dit boek gaat over boosheid, ergernissen, woede, angst, agressie en geweld. Voor veel mensen is de eigen agressie een probleem, of misschien zelfs een last. De eruit voortvloeiende gevolgen maken het meestal nog erger. Met dit boek kan de lezer aan de hand van vragen en opdrachten beter leren omgaan met eigen agressie, boosheid en ergernissen.

Dans van woede (H. Lerner)

Harriet Lerner laat aan vrouwen zien hoe zij hun woede kunnen gebruiken als constructief, krachtig middel om hun leven te veranderen. Veel vrouwen beschouwen woede als een emotie die zwakte verraadt, machteloosheid aanduidt en dus onderdrukt moet worden. Harriet Lerner toont in Dans van woede aan hoe en waarom onze boosheid bestaande relationele patronen eerder beschermt dan uitdaagt. Tevens legt ze uit waarom het voor vrouwen niet alleen moeilijk is om boos te worden, maar ook om hun woede te gebruiken om zichzelf sterker en onafhankelijk te maken.

Lees hier informatie over agressie en boosheid. 

Over de rooie – omgaan met woede en agressie (Jan Bernard)

Steeds meer komen mensen tot woede-uitbarstingen in situaties die daar op het eerste gezicht weinig of zelfs helemaal geen aanleiding toe geven. Velen van hen schamen hen zich hiervoor of zijn op zijn minst niet tevreden over hun onbeheerste gedrag. Sommigen begrijpen niet waarom ze zich zo voelen, anderen geven de omgeving – vaak ten onrechte – de schuld van hun uitbarstingen, wat hun uiteindelijk ook niet veel oplevert. Bijna allemaal hebben ze het idee dat er iets is, wat sterker is dan zijzelf, waardoor zij zich niet kunnen beheersen. Ook hebben zij – ten onrechte – het idee achter de feiten aan te lopen en niet te kunnen ingrijpen in hun eigen gedrag.